Regelgeving · stand op 8 oktober 2026
Voor een airco gelden Europese, Vlaamse en lokale regels. Hier staan ze per onderwerp, met bron en datum: wie aan het toestel mag werken, wat de F-gassenverordening verbiedt, wanneer de buitenunit vrijgesteld is van een vergunning, wanneer je een melding doet en wat geldt voor geluid en het energielabel.
Kort antwoord
In Vlaanderen plaatst en onderhoudt een erkende koeltechnicus van een erkend koeltechnisch bedrijf een airco met F-gassen, zoals R32. De buitenunit is vaak vrijgesteld van een omgevingsvergunning, onder meer als ze minstens 2 meter van de perceelsgrens of tegen een bestaande scheidingsmuur staat, binnen 30 meter van een vergunde woning. Vanaf 5 kW elektrisch vermogen van alle airco's, warmtepompen en koelinstallaties samen doe je een melding. Voor geluid gelden vaak geen Vlaamse normen, wel eventuele lokale regels en de burenhinderregels (stand op 8 oktober 2026).
De tabel vat samen wat op 8 oktober 2026 geldt voor een airco bij een woning in Vlaanderen. De voorwaarden en uitzonderingen staan in de secties eronder.
| Onderwerp | Wat geldt | Bron |
|---|---|---|
| Wie mag installeren en onderhouden | Bij een airco met F-gassen: een erkende koeltechnicus die werkt bij een erkend koeltechnisch bedrijf | Vlaanderen.be; leidraad van het Departement Omgeving (maart 2026) |
| Verbod op het in de handel brengen van toestellen met F-gassen | Lucht-lucht-splitsystemen tot en met 12 kW met F-gassen met een GWP van 150 of meer: vanaf 1 januari 2029. Splitsystemen tot en met 12 kW met eender welk F-gas: vanaf 1 januari 2035 | Verordening (EU) 2024/573, bijlage IV |
| Lekcontrole | Verplicht vanaf 5 ton CO2-equivalent koudemiddel, minstens om de 12 maanden | Verordening (EU) 2024/573, artikel 5 |
| Vergunning voor de buitenunit | Vrijgesteld onder voorwaarden, onder meer minstens 2 meter van de perceelsgrens of tegen een bestaande scheidingsmuur, binnen 30 meter van een vergunde woning | Vrijstellingenbesluit, artikel 2.1, 8°/1 en artikel 2.2 |
| Melding | Vanaf 5 kW totale geïnstalleerde drijfkracht: het elektrische vermogen van alle toestellen samen | VLAREM, rubriek 16.3.2 |
| Geluid | Vlaamse geluidsvoorwaarden enkel voor ingedeelde installaties; verder eventuele lokale regels, de regels over burenhinder en de richtwaarden van de code van goede praktijk | Leidraad (maart 2026); code van goede praktijk (september 2024) |
| Energielabel | Label en productkaart, en de energieklasse in advertenties, voor airco's tot 12 kW | Verordening (EU) nr. 626/2011 |
Volgens Vlaanderen.be (geraadpleegd op 8 oktober 2026) heb je een Vlaamse erkenning als koeltechnicus nodig voor werk aan stationaire koelinstallaties, waaronder aircosystemen en warmtepompen, met gefluoreerde broeikasgassen (F-gassen), als er een risico bestaat dat het koelmiddel ontsnapt. Het gaat om de installatie, het onderhoud, de reparatie, de buitendienststelling, de controles op lekkages en de terugwinning van het koelmiddel. Voor installatie, onderhoud, reparatie en buitendienststelling moet ook het bedrijf waarvoor de technicus werkt, erkend zijn als koeltechnisch bedrijf. R32 valt daaronder: Daikin schrijft in de handleiding van zijn RXM-A-buitenunits dat R32 gefluoreerde broeikasgassen bevat, met een aardopwarmingsvermogen (GWP) van 675.
Een technicus mag alleen de werken uitvoeren die op zijn Europese certificaat staan. Installeren mag met categorie I, of met categorie II bij installaties met minder dan 3 kg koelmiddel (bij als zodanig gelabelde hermetisch afgesloten systemen minder dan 6 kg). Categorie III en IV zijn beperkt tot terugwinnen en lekcontroles. Een RESCert-certificaat alleen volstaat volgens Vlaanderen.be niet om aan warmtepompen met F-gassen te werken. De overzichtslijsten met erkende koeltechnici en erkende koeltechnische bedrijven staan op Vlaanderen.be.
De basis is Europees. Artikel 10 van de F-gassenverordening (EU) 2024/573 verplicht een certificaat voor wie klimaatregelingsapparatuur en warmtepompen installeert, onderhoudt, herstelt of buiten gebruik stelt. Volgens artikel 11 mag niet-hermetisch gesloten apparatuur die met F-gassen gevuld is, alleen aan een eindgebruiker verkocht worden als aangetoond wordt dat een gecertificeerde onderneming de installatie uitvoert. Verkopers mogen F-gassen voor installatie, onderhoud en herstelling alleen verkopen aan gecertificeerde personen of aan ondernemingen met gecertificeerd personeel.
De leidraad van het Departement Omgeving (laatste actualisatie maart 2026) noemt twee gevallen waarin een erkende koeltechnicus voor de installatie niet verplicht is. Het eerste: het koudemiddelcircuit zit volledig in een hermetisch afgesloten unit (een monoblock) en ter plaatse zijn geen koeltechnische handelingen nodig, zoals koudemiddel bijvullen of onderdelen met koudemiddel aansluiten. Het tweede: de warmtepomp bevat een natuurlijk koudemiddel, zoals propaan. Voor onderhoud aan het koelcircuit blijft een erkende koeltechnicus in beide gevallen verplicht. Het VEKA (Vlaams Energie- en Klimaatagentschap) schreef op 20 februari 2024 dat technici die aan installaties met natuurlijke koelmiddelen werken, in de toekomst ook een erkenning zullen moeten behalen. De lidstaten hebben volgens het VEKA tot 12 maart 2027 om hun examen- en erkenningsprocedures aan te passen. Wat dit betekent als je zelf iets wil doen, lees je bij airco zelf plaatsen.
Voor de elektrische aansluiting volg je de handleiding van de fabrikant. Daikin schrijft voor zijn RXM-A-buitenunits voor dat alle bedrading door een erkend elektricien gebeurt, volgens de nationale bedradingsvoorschriften en op een aparte voedingskring.
De F-gassenverordening (EU) 2024/573 trad volgens het VEKA op 11 maart 2024 in werking en geldt rechtstreeks, zonder omzetting in Belgische wetgeving. Ze verbiedt stap voor stap het in de handel brengen van toestellen met F-gassen: volgens artikel 3 onder meer het voor het eerst in de Unie leveren of beschikbaar stellen. Deze verboden uit bijlage IV zijn van belang voor airco's bij woningen:
| Vanaf | Verbod op het in de handel brengen van |
|---|---|
| 1 januari 2020 | airco's met stekker die je van kamer naar kamer verplaatst, met HFK's met een GWP van 150 of meer |
| 1 januari 2025 | afzonderlijke splitsystemen met minder dan 3 kg F-gassen, als die F-gassen een GWP van 750 of meer hebben |
| 1 januari 2027 | airco's met stekker, monoblocks en andere autonoom opererende airco's tot en met 12 kW, met F-gassen met een GWP van 150 of meer |
| 1 januari 2029 | lucht-lucht-splitsystemen tot en met 12 kW met F-gassen met een GWP van 150 of meer |
| 1 januari 2032 | airco's met stekker, monoblocks en andere autonoom opererende airco's tot en met 12 kW, met eender welk F-gas |
| 1 januari 2035 | splitsystemen tot en met 12 kW met eender welk F-gas |
Bij de meeste van deze verboden staat een uitzondering als dat nodig is om aan veiligheidseisen te voldoen. Vaste toestellen met twee luchtkanalen, zoals een airco zonder buitenunit, behandelt de verordening als split. R32 heeft volgens bijlage I een GWP van 675 en R410A volgens het VEKA een GWP van 2.088. Onderdelen voor de reparatie en de service van bestaande toestellen mogen onder voorwaarden nog in de handel komen.
Ook het gebruik van koudemiddel is beperkt. Sinds 1 januari 2026 mogen F-gassen met een GWP van 2.500 of meer niet meer gebruikt worden voor het onderhoud of de service van airco's en warmtepompen (artikel 13), met tot 1 januari 2032 een uitzondering voor geregenereerde of gerecyclede gassen onder voorwaarden. Het VEKA verwacht dat er steeds minder HFK-koelmiddelen beschikbaar zullen zijn en dat hun prijs verder stijgt, en raadt aan bestaande toestellen op basis van HFK's zo lekdicht mogelijk te onderhouden. R32 staat in bijlage I bij de HFK's.
Lekcontrole. Artikel 5 verplicht een lekcontrole voor klimaatregelingsapparatuur en warmtepompen met 5 ton CO2-equivalent of meer aan F-gassen. Ton CO2-equivalent is het gewicht van het koudemiddel in ton maal de GWP. Voor R32 ligt die grens volgens de tabel van het VEKA op 7,4 kg. Onder 50 ton CO2-equivalent is de controle minstens om de 12 maanden nodig, of om de 24 maanden als er een lekkagedetectiesysteem is. Hermetisch gesloten toestellen in residentiële gebouwen die als hermetisch gesloten geëtiketteerd zijn, hoeven niet op lekken gecontroleerd te worden als ze minder dan 3 kg F-gassen bevatten. Hoeveel koudemiddel je toestel bevat, in gewicht en in CO2-equivalent, staat volgens artikel 12 in de handleiding. Meer over de controle lees je bij airco onderhoud.
Voor het plaatsen van een airco is in principe een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen nodig, maar volgens de leidraad (maart 2026) geldt in veel gevallen een vrijstelling. Het Vrijstellingenbesluit, in de versie die geldt op 8 oktober 2026, stelt in artikel 2.1, 8°/1 vrij: "de plaatsing van bovengrondse onderdelen van warmtepompen en airco’s in de tuin, op een gevel of op een plat dak, ingeplant tot op twee meter van de perceelsgrens of tot tegen een bestaande scheidingsmuur". Sinds 1 maart 2026 geldt die vrijstelling volgens het Departement Omgeving ook aan de voorgevel en op een plat dak.
Aan de vrijstelling hangen onder meer deze voorwaarden:
De vrijstelling gaat enkel over de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen. Legt andere regelgeving een toelating op, dan blijft die nodig. Voor beschermde monumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten, cultuurhistorische landschappen en archeologische sites geldt een apart systeem van toelatingen (artikel 1.2).
Enkele gevallen uit de bronnen:
Andere werken aan gevel, dak of binnen. Komen er naast de airco ook werken aan gevels, daken of binnen in de woning bij, zoals de twee grote gevelopeningen van een airco zonder buitenunit, dan gelden daarvoor andere vrijstellingen met eigen voorwaarden (artikel 2.1, 2° en 4°). Die voor handelingen aan gevels en daken geldt alleen als de energieprestatie van het gebouw niet verslechtert en het fysieke bouwvolume niet wijzigt. Gaan die werken gepaard met stabiliteitswerken, dan geldt de vrijstelling sinds 5 september 2026 alleen als een architect wordt aangesteld voor het ontwerp en de controle. De vrijstelling voor handelingen aan gevels en daken geldt bovendien niet in (de bufferzone van) werelderfgoed, en niet aan een gebouw dat in de vastgestelde inventaris van het bouwkundig erfgoed staat zonder beschermd te zijn.
Gemeentelijke regels in overgang. Sinds 1 maart 2026 kunnen gemeenten alleen nog een vergunningsplicht invoeren voor handelingen op een limitatieve lijst van de Vlaamse Regering. Bepalingen in bestaande gemeentelijke of provinciale verordeningen met bijkomende vergunnings- of meldingsplichten die niet op die lijst staan, worden op 6 februari 2028 van rechtswege opgeheven als ze niet tijdig aangepast zijn. Informeer bij twijfel bij de omgevingsdienst van je gemeente, zoals de leidraad aanraadt.
Naast de vergunning voor het plaatsen bestaat er een melding of vergunning voor het gebruik van een ingedeelde inrichting, de vroegere milieuvergunning. Airco's en warmtepompen vallen onder VLAREM-rubriek 16.3.2 vanaf een totale geïnstalleerde drijfkracht van 5 kW (stand op 8 oktober 2026):
| Totale geïnstalleerde drijfkracht | Indeling in rubriek 16.3.2 | Wat je nodig hebt |
|---|---|---|
| Minder dan 5 kW | Niet ingedeeld | Geen melding of vergunning voor de exploitatie |
| 5 kW tot en met 200 kW | Klasse 3 | Een melding bij de stad of gemeente |
| Meer dan 200 kW | Klasse 2 | Een omgevingsvergunning |
Volgens de leidraad (maart 2026) gaat het om het geïnstalleerde elektrische vermogen, niet om het koel- of verwarmingsvermogen. Je vindt het in de documentatie of op het typeplaatje, vaak als het maximaal opgenomen vermogen (berekend volgens EN 14511). Verschilt het elektrische vermogen voor koelen en verwarmen, dan telt de hoogste waarde. Je telt alle koelinstallaties, warmtepompen en airco's binnen dezelfde inrichting samen. De leidraad geeft een voorbeeld: een airco van 2,72 kW en een warmtepomp van 2,42 kW voor het zwembad in de tuin geven samen 5,14 kW, en dus een melding voor beide. In een appartementsgebouw tel je per wooneenheid, behalve bij toestellen die onlosmakelijk gekoppeld zijn aan een gemeenschappelijk systeem. De meeste installaties voor individuele woningen blijven volgens de leidraad per wooneenheid onder 5 kW.
Is een airco ingedeeld, dan gelden de algemene en sectorale voorwaarden van titel II van het VLAREM, waaronder de geluidsvoorwaarden. Ook voor niet-ingedeelde airco's legt titel II van het VLAREM voorwaarden op over de installatie, het onderhoud, de reparatie en de buitendienststelling (afdeling 6.8.1).
De code van goede praktijk van het Departement Omgeving maakt een onderscheid tussen het geluidsvermogen, de hoeveelheid geluid die het toestel zelf maakt, en de geluidsdruk, wat je op een bepaalde plek hoort. De code drukt beide uit in dB(A). Volgens de leidraad (maart 2026) spelen deze regels naast elkaar:
De code raadt aan de plaats van de buitenunit al in de offertefase te bespreken, de ventilatie-uitlaat niet naar de buren te richten en de uitblaas niet naar een terras of opengaande ramen. In complexe gevallen of bij klachten kan je een beroep doen op een erkende milieudeskundige geluid en trillingen. Welke maatregelen het geluid beperken, lees je bij airco installatie.
Voor airco's die op het elektriciteitsnet aangesloten zijn en een nominaal koelvermogen tot 12 kW hebben, geldt de gedelegeerde verordening (EU) nr. 626/2011. Volgens EUR-Lex is ze op 7 oktober 2026 van kracht, zonder einddatum. Ze legt onder meer op:
Voor airco's die geen toestel met één of twee luchtkanalen zijn, zoals split-airco's, en die sinds 1 januari 2019 in de handel komen, loopt de schaal op het label van A+++ tot D. Het label vermeldt onder meer de SEER (het rendement bij koelen over een heel seizoen), de SCOP (hetzelfde bij verwarmen), het jaarlijkse energieverbruik en het geluidsvermogen van de binnen- en de buitenunit. De gegevens van het label staan ook in EPREL, de databank voor energielabels van de Europese Commissie. Een selectie daarvan doorzoek je in de Airco Database.
Voor vergunning, melding en geluid beschrijft deze pagina enkel de Vlaamse regels. Over wie aan een airco mag werken, schrijven de andere gewesten het volgende:
Woon je in Brussel of Wallonië, vraag dan na welke gewestelijke en lokale regels gelden voor de plaatsing en het geluid van een buitenunit.
Deze pagina steunt op de volgende openbare bronnen.
Lees hoe de installatie van een split-airco verloopt, waar de buitenunit kan komen en welke punten in je offerte horen.